Sinds een jaar of 5 geleden mijn compactcamera overleed gebruik ik als ik geen 'echte' camera bij me heb m'n telefoon als camera. Eerst m'n N95, waar best een prima camera in zat, met autofocus zelfs. Daarna met m'n iPhone 3G, wat vergeleken met de N95 een flinke stap terug was, maar sneller was, én redelijke bewerkingssoftware had. Sinds deze zomer maak ik veel meer foto's, nadat ik overstapte op de iPhone 4.
Een nadeel aan een telefoon is het gebrek aan een mogelijkheid een statief te gebruiken. Met een klein zakstatiefje of gorillapod wordt een telefoon een stuk veelzijdiger als camera. Tot voor kort was er geen goede oplossing voor deze iPhone.
Sinds kort is 'the Glif' verkrijgbaar, een statief-adapter met een apart uiterlijk. Het is een speciaal voor de iPhone 4 gemaakt opzetstuk, dat je bevestigd door de zijkant van je iPhone erin te schuiven. Het rubberachtige materiaal grijpt de iPhone stevig vast, en met de schroefdraad onderin kun je het geheel bevestigen aan een statief. Hiermee wordt het mogelijk met langere sluitertijden te fotograferen, stabiele video-opnames te maken en timelapse-opnames te maken.
The Glif (de naam komt van de aparte, typografisch aandoende vorm) kwam overigens op bijzondere wijze tot stand: De twee bedenkers maakten eerst prototypes met 3D-printers (via het oorspronkelijk Nederlandse Shapeways), begonnen vervolgens een extreem succesvolle 'crowdfunding'-campagne via kickstarter.com (waar ik ook op heb ingeschreven) en konden zo een productieversie maken, zonder daarvoor zelf enige ervaring met dit soort productontwikkeling en productie te hebben. Overigens kun je de glif ook anders bevestigen, zo kun je het gebruiken als een standaard voor je iPhone. Tot slot: Ook over de verpakking is nagedacht: Een simpel stuk karton, met een uitsnede waarin het product past, en met een simpele lijntekening is direct duidelijk hoe het werkt. Milieubewust, mooi en praktisch.
In oktober 2009 werd door ene John Maloof een bericht geplaatst in een flickr-group over straatfotografie. Hij had op een veiling zo'n 40.000 negatieven gekocht, deels nog onontwikkeld. Niet wetende wat hij ermee aanmoest plaatste hij een aantal van de foto's online, en vroeg wat anderen ervan vonden. Ondertussen vond hij via via nog meer negatieven van deze onbekende fotografe, en begon meer foto's online te plaatsen. Langzamerhand bleek het te gaan om een onontdekt talent.
De fotografe, Vivian Maier, deed in de jaren '50 tot '70 zo'n beetje elk vrij moment aan straatfotografie in haar woonplaats Chicago. Door de toevallige ontdekking van haar negatieven, en wat hulp van 'hetinternet' begint dit werk nu bekend te worden, en zou ze -postuum, ze overleed 1 dag voor Maloof besloot uit te gaan zoeken van wie deze foto's nu eigenlijk waren- een grote naam kunnen worden. Een goed item over dit onderwerp is te zien bij Chicago Tonight (flash).
Inmiddels staat er een expositie in de steigers, en is op kickstarter een actie gestart om een documentaire gemaakt te krijgen. De campagne heeft daar al 28.000 dollar opgeleverd van de gevraagde 20.000. Zonder de mogelijkheid de foto's online te zetten en wereldwijd onder de aandacht te brengen zijn zou ze waarschijnlijk vergeten zijn. De kunstcentra waar John Maloof in eerste instantie aanklopte met deze foto's toonden in ieder geval geen enkele interesse.
Fotoserie bij the Big Picture over een zwavelmijn in Indonesië. Buitenaards aandoend blauw vuur tegen de oranje gloed van het licht waarbij de mijnwerkers (onder slechte omstandigheden) werken maken het bijzondere foto's.
Eerder linkte ik naar een deel van deze foto's, nu zijn de winnaars bekend. Of het terechte winnaars zijn weet ik niet, het zijn in ieder geval prachtfoto's.
Kort voor Kennedy's benoeming tot president fotografeerde Richard Avedon zijn familie. NPR heeft een aantal van deze foto's online gezet omdat ze op 3 januari 2011 precies 50 jaar geleden gemaakt zijn.
De meeste digitale camera's hebben een zwart-wit stand. Gelukkig zit deze vaak verstopt in een menu. Het is zonde om deze stand te gebruiken, zelfs als je zeker weet dat je alleen een zwart/wit versie van een bepaalde foto wilt hebben.
Er zijn veel manieren om zwart-wit foto's te maken, maar niet elke manier levert goede resultaten op. Voordat we massaal digitaal gingen fotograferen koos je voor kleuren- of zwart-witfilm. Daarnaast kon je gebruikmaken van kleurfilters om de uiteindelijke foto te beïnvloeden. Als je digitaal in zwart-wit fotografeert, verlies je keuzevrijheid. Maak daarom altijd je foto's in kleur, en zet ze pas op je computer om naar zwart-wit.
Zwart-wit omzettingen
In vrijwel alle fotobewerkingssoftware kun je je foto's omzetten naar zwart-wit. Belangrijk is om niet zomaar een omzetting naar 'grayscale' te doen, dan wordt de hele foto omgezet naar grijstinten, afhankelijk van de helderheidswaarden, zonder onderscheid naar kleur. Door de kleurinformatie te gebruiken in de omzetting kun je nadruk leggen op bepaalde delen van de foto. Door bijvoorbeeld alle blauwtinten donkerder te maken kun je een indrukwekkende lucht krijgen in een landschapsfoto. Dit is waar kleurfilters voor bedoeld waren. Het voordeel is dat we nu naderhand nog allerlei verschillende 'filters' kunnen proberen. Hadden we de foto in zwart-wit geschoten, dan was het niet meer mogelijk geweest dit soort aanpassingen te doen.
Voorbeeld in Lightroom
Ik zal een conversie naar zwart-wit laten zien aan de hand van Lightroom. Om een foto in Lightroom om te zetten naar zwart-wit klik je in de develop-module onder Basic bij Treatment op Black & White. Hiermee doe je een standaardconversie naar zwart-wit. Alle normale bewerkingen (belichting, contrast, helderheid etc.) kunnen nu normaal worden toegepast. Daarnaast kun je echter onder het kopje HSL/Color/B&W de Black & White mix instellen. Hier kun je per kleur bepalen wat de helderheid hiervan moet zijn.
Bij deze foto heb ik de blauwtinten sterk naar beneden getrokken, waardoor de lucht nog donkerder wordt. De geeltinten heb ik lichter gemaakt, waardoor de bomen minder donker worden. Zo kun je veel beter bepalen precies hoe je foto eruit komt te zien. Als je in RAW gefotografeerd hebt heb je vervolgens ook nog betere controle over contrast en helderheid en heb je meer ruimte in de belichting. Een zwart-wit foto direct uit de camera zal altijd een JPG zijn, waar minder ruimte is om hiermee te spelen. Conclusie: Doe alles in kleur, dan krijg je betere zwart-wit foto's.
Begin vorig jaar startte fotograaf Chase Jarvis een online klaslokaal waar hij fotografie-cursussen liet verzorgen. Live volgen van de workshops is gratis, wil je ze later kunnen downloaden dan moet je betalen. Kun je dus live kijken (vaak in de weekends) is dit zeer de moeite waard.
De laatste dagen werden herhalingen getoond, van huwelijksfotografie tot uitgebreide studio-instructies. De onderdelen die ik heb kunnen kijken waren allemaal erg leerzaam. Om in de gaten te kunnen houden wat er gepland staat kun je een ical-abonnement in je kalender zetten. Kijk op creativelive.com, daar kun je ook previews zien van de cursussen. Overigens kun je vandaag nog alle fotografiecursussen met korting kopen.
Lang maar goed artikel waarin vergelijkingen worden gemaakt tussen landschapsschilders en fotografen. Ook interessante informatie over onder andere contraast, kleurgebruik ter verhoging van contrast, de invloed van kleurtemperatuur.
Sinds de indrukwekkende demonstratie die Microsoft een paar jaar terug gaf, waarbij foto's in een 3D-ruimte werden geplaatst, is het nu mogelijk in minder dan een dag tijd, gebruikmakend van duizenden foto's automatisch 3D-modellen te maken van onder andere het colloseum in Rome. De voorspelling die ik 2 jaar terug deed lijkt dus uit te komen. De volgende stap is er.
Alweer even geleden fotografeerde ik bij Lux Nijmegen de schrijver Ramachandra Guha, in een debat over zijn boek India after Gandhi. Gespreksleiding was in handen van Lau Schulpen.
[fwflickr user="Joost van der Borg" set="Debat: India After Gandhi"]
Op maandag 25 oktober fotografeerde ik voor Lux Nijmegen een debat over Somalië en het niet-erkende gebied Somaliland. Een debat waarbij onder andere de staatssecretaris van Buitenlandse zaken van Somaliland en Tweede Kamerlid Sjoera Dikkers (PvdA) aanwezig waren, en het publiek met passie deelnam. Enkele van de foto's:
[fwflickr set="Debat Somalië en Somaliland - Lux Nijmegen" user="Joost van der Borg"]
Op the Luminous Landscape verscheen vandaag een interessante open brief. Het maximum diafragma-getal van objectieven wordt bepaald door de brandpuntsafstand te delen door de diameter van het diafragma. Dit levert een getal op, dat bij elk objectief dezelfde hoeveelheid licht oplevert. Een 50mm f/1.8 objectief geeft evenveel licht door aan de sensor als een 100mm f/1.8. Echter, de beeldelementen in een objectief absorberen ook een hoeveelheid licht. Hierdoor verschilt de daadwerkelijk doorgelaten hoeveelheid licht per objectief. In de filmwereld is dit allang bekend, omdat daar al langer gebruik wordt gemaakt van complexe zoomobjectieven, die een significante hoeveelheid licht tegenhouden.
Hoe komt het nu dat fotografen in de praktijk niets merken van dit verschil? Mark Dubovoy schrijft op the Luminous Landscape een interessante brief over dit fenomeen. Uit metingen van DxO Labs, die allerlei sensor- en camera-eigenschappen meten, blijkt dat er door de camerafabrikanten wordt gesjoemeld: Het verschil in licht dat de sensor bereikt wordt opgevangen door de ISO op te schroeven. Het verschil kan significant zijn: Op een canon 5D is een F/1.2 objectief ongeveer .4 stops minder lichtsterk dan het zou moeten zijn, en op een 7D zelfs bijna een hele stop.
Het probleem wordt verergerd door de manier waarop sensoren zijn opgebouwd: Elke (sub)pixel op de sensor ligt achterin een kleine 'tunnel', waar het licht invalt. Licht dat niet haaks op de sensor binnenkomt kan tegen de tunnelwand slaan, en de sensor nooit bereiken. Bij lichtsterke objectieven is dit vaker het geval. Hierdoor wordt nóg minder licht opgenomen dan je uit het diafragmagetal denkt af te kunnen leiden. Het is dus maar de vraag of een lichtsterk objectief oplevert wat je verwacht.
Het verhaal wordt nog sterker, want ook op het gebied van scherptediepte is niet alles wat het lijkt: Scherptediepte wordt bepaald door het licht dat niet gefocust is. Dit licht komt minder recht op de sensor aan. Hierdoor neemt de kans toe dat dit licht de genoemde 'tunnelwand' raakt, in plaats van de sensor. Hierdoor is ook de scherptediepte van dergelijke objectieven anders dan op basis van het diafragmagetal mag worden verwacht. In de brief wordt opgeroepen niet meer de ISO aan te passen zonder dat de fotograaf dit weet. In de filmwereld wordt gebruik gemaakt van een andere waarde dan de F-stop, de 'T-stop' (transmission). Hiermee hebben zij een betere methode om objectieven te vergelijken. Misschien is het tijd voor hetzelfde systeem bij fotografie?